Kilometervreter

Ik draai de sleutel om en mijn autootje begint tevreden te ronken. Nog geen halve minuut later heb ik mijn eerste meters gemaakt. Zonder iets of iemand te beuken ben ik achteruit de garage uitgereden, klaar voor een nieuw avontuur in mijn kilometervreter. Zo’n 300 kilometer, om precies te zijn.

Ineens zit ik alleen in de auto, zonder rijinstructeur. Raar? Nee. Onwennig? Nee. Spannend? Een beetje wel. Maar dat maakt het niet minder leuk, want de eerste bocht die ik neem, doe ik een vreugdedansje. Natuurlijk is het niets bijzonders voor mensen die al langer hun rijbewijs hebben, maar de eerste keer dat je zoiets doet (zo’n halfuur nadat je je rijbewijs hebt opgehaald), heb je het gevoel dat je haast een coureur bent. Net als bij de eerste rotonde en de eerste keer dat je parkeert en ook nog eens recht in het vak staat. In één poging.

Trots als een pauw

Zo trots als een pauw kwam ik bij mijn ouders aan. Maar toen ik weer wegging kwam de grote hamvraag: ga ik weer binnendoor waar ik voornamelijk tachtig mag en regelmatig moet optrekken of ga ik de snelheidsduivel uithangen op de snelweg, waar ik (jawel) negentig mag vanwege werkzaamheden terwijl die gasten nog altijd vakantie hebben? Met het excuus dat veel optrekken goed zou zijn om mijn auto te leren kennen ging ik weer binnendoor. Zonder problemen. Want stiekem vond ik die snelweg toch wel extra spannend.

Snelweg

Dacht ik dat het spannend was om alleen auto te rijden, zo vond ik het nog tien keer zo spannend om met mijn vriend naast me de weg op te gaan. Voor mij is hij een soort Stig en ik wil natuurlijk niet als een oma door het verkeer tuffen. Niet alleen dat, we gingen ook nog eens de snelweg op. Ik verwachtte dat iedereen mij voorbij zou razen alsof ik bijna stilstond, maar nee hoor. Ineens zag ik de auto die een paar seconden eerder nog voor mij reed, in mijn binnenspiegel en ik zat haast juichend achter het stuur toen ik nog iemand probleemloos inhaalde. En nog iemand. En nog één – oh, dat was werkelijk een opaatje. Wie is hier nu de slome slak? Ik niet. Terwijl ik me braaf aan het snelheidslimiet hield en rustig voorbij de andere auto’s gleed. Zegt genoeg.

In het donker

Natuurlijk moesten we ‘s avonds ook weer naar huis, over diezelfde snelwegen. Prima, dacht ik, maar ik realiseerde me ook dat het heel anders zou zijn: ik had nog nooit in het donker gereden. Ik voelde me echt een blinde kip die eerste paar meters zonder lantaarnpalen en dacht ook dat ik de 120 nooit meer zou bereiken in het donker, en werkelijk ingehaald zou worden door iedereen. Zoef. “Ah wat superirritant, hij verblindt me met zijn lampen in de buitenspiegels!” riep ik uit. Want ja, die 120 had ik zo te pakken en na 01.00 uur ‘s nachts kun je lekker doorkachelen. Spannend? Joh, waar maakte ik me druk om? Dit gaat prima zo.

Schouderklopje

En dan niet van mezelf, maar van mijn vriend. Omdat ik hem dus als Stig zie was ik (en ben ik nog steeds!) hartstikke opgelucht dat hij vond dat ik het prima deed. Gisteren sleepte ik hem weer mee voor een ritje en daarna kwam het volgende spannende op mijn pad: zijn auto, een Chevrolet Corvette. Ik heb er al duizend keer in gezeten, maar nooit zelf gereden (verrassend als je drie dagen je rijbewijs hebt). Als je instapt (erg elegant met een jurkje dat nogal strak is aan de onderkant) heb je het gevoel dat je bijna op het asfalt zit. Je verwacht in een sportauto nul overzicht te hebben, maar dat valt reuze mee. Goed, mijn Fiat wint het, maar wat wil je met meer ruit dan auto?

Veel paardjes

Van handbak naar automaat is wel even wat anders. Mijn linkervoet voelde zich zwaar achtergesteld, maar mijn rechtervoet vermaakte zich prima. Je moet het gaspedaal van de Corvette haast met je grote teen aaien, want met meer dan zes keer zo veel pk als mijn Cinq heeft, is ‘ie heel wat gevoeliger. Invoegen op de snelweg is ineens een stuk makkelijker als je zo snel op kan trekken. Klinkt allemaal als een droom, toch? En dat is het ook wel een beetje, maar een makkelijke auto is het niet persé. Zo is ‘ie megabreed en heb je die neus gezien? Nou, die zie je dus niet als je er in zit. Maar hé, ik zal maar af en toe in deze auto rijden en verder lekker in mijn Fiat rondcrossen. En dat bevalt – na bijna 300 kilometer – ontzettend goed. Iets zegt me dat ik deze auto zal hebben tot hij echt uit elkaar valt (en hij is zelfs op achttienjarige leeftijd nog piekfijn, dus dat zal nog heel wat jaartjes duren), want ik ben er niet uit weg te slaan. Ik merk het nu al: ik word een kilometervreter.

8 reacties op “Kilometervreter

  1. Superfijn dat het zo goed bevalt! Ik ben ook echt gek op autorijden, toen ik mijn rijbewijs net had heb ik mijn eerste tank (+/- 700km) ook in een week leeggereden, dus ik begrijp heel goed hoe je je voelt!

    Ik hoop dat je, net als ik (inmiddels alweer 6 jaar!) nog heel lang plezier hebt van je kilometervreter!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *