Kartkoningin

Ik heb mezelf al jaren geleden tot kartkoningin bekroond. Oké, tot Mario Kartkoningin dan. Of je me nu op een Super Nintendo of een Wii zet met dat spel, winnen zal ik. Waarom het 21 jaar heeft moeten duren voor ik een keertje real-life in een kart reed is mij ook een raadsel, want voor het zelfde geld bleek ik daar ook wel een natuurtalent.

“Zullen we gaan karten op Valentijnsdag?” vroeg ik mijn vriend een paar weken geleden. Wij houden namelijk helemaal niet zo van dat commerciële gedoe met Valentijn en vinden het gewoon een goed excuus om allebei vrij te nemen (het lot van mijn rooster heeft ieder jaar ook flink geholpen daarbij) zodat we de dag lekker samen door kunnen brengen. Hij keek me aan. Ik wist dat hij het een goed idee vond.

“Maar je schouder dan, kan die de klappen wel opvangen?”

Tuurlijk. Tenminste, ik ben klaar met wachten tot mijn schouder volledig hersteld is. Na mascotte te zijn geweest bij de enduranceraces van mijn vriend stond ik te popelen. Ooit zou ik namelijk graag meedoen in zo’n race met veertig tot zestig karts op de baan in plaats van zonnebrillendraagster spelen. Sowieso, hoe druk zou het zijn als heel Nederland kwijlfilms lag te kijken in elkaars armen?

“Holy shit”

Mijn vriend zou als eerste starten, ik als tweede, gevolgd door wat een bedrijfsuitje leek te zijn. In totaal waren we met tien man op het circuit in de Kartfabrique en dat was te merken ook, want in de eerste bocht kreeg ik al een blauwe vlag en moest ik ruimte maken voor de persoon achter me terwijl ik nog even in shock was van de “holy shit“-ervaring.

Rem? Welke rem?

Zo’n klein pruttelend kartje reageert namelijk heel direct en gaat harder dan je denkt. Zo voelt het tenminste, want je bent laag bij de grond en, in tegenstelling tot in de auto, zit er open en bloot in. Toch leef je volledig in je eigen wereld met je helm op en het knetteren van alle karts. Ik geef ook maar gelijk toe dat ik best een slome slak was tijdens het eerste rondje, terwijl ik de rem niet eens aangeraakt heb (iets dat ik sowieso amper heb gedaan tijdens de heat).

Klappen

Al snel kreeg ik de smaak te pakken. Trapte ik het gaspedaal op de rechte stukken helemaal in en nam ik de bochten scherper, inclusief buiten – binnen – buiten lijnen, of in ieder geval mijn versie daarvan. Tenzij er natuurlijk weer een blauwe vlag kwam. Soms nam ik mijn bochten zelfs iets te enthousiast (of misschien had ik toch dat rempedaal moeten gebruiken) waardoor ik behoorlijk hard tegen de zijkant klapte, om onverstoord weer verder te rijden.

Ei

Als ik het gevoel had dat er iemand achter me zat, nam ik de bocht bij voorbaat al zodanig ruim dat die persoon mij voorbij kon. Ik wist toch wel dat ik geen recordtijd neer zou zetten. Het feit dat het rempedaal haast onaangeraakt bleef was natuurlijk geen garantie voor een topprestatie. En toch… Toch waren er mensen die ondanks de ruimte die ik hen gaf het nodig vonden om mij te beuken. Dan dacht ik: “Ei, ik offer mijn toptijden op door jou ruimte te geven en je bedankt me zo?” Oké, tijdens het rijden had ik helemaal geen tijd om daarover na te denken, maar zo denk ik er nu wel over.

Zelf inhalen

Er waren zelfs momenten waarop ik niet alleen niet ingehaald werd, maar zelf pogingen deed om in te halen. Ik ging steeds harder en strakker door de bochten, durfde meer en toen ik pas een echte slowpoke op de baan tegenkwam, greep ik mijn kans in een bocht. Ik ging er aan de binnenkant langs en voelde me een echte winnaar.

In werkelijkheid kwam mijn vriend er met immense snelheid aan, waarop de langzame kart besloot uit te wijken en mij mopperend achterliet in een kart die vaststond. Redders in nood stonden aan de andere kant van de baan en daar moest ik lang op wachten. Jullie begrijpen dus allemaal waarom ik niet de beste rondetijd van de dag heb neergezet.

Ieder rondje ging het beter. De vlaggenmeneertjes volgden me en keken geanimeerd toe als ik keihard aangesjeezd kwam en zonder remmen de bocht door vloog. Ik duwde tegen het stuur zodat ik zelf in de kart zou blijven zitten. Ik volgde nauwgezet de lijnen om snelle bochten te nemen. De uitvoering daarvan is een tweede natuurlijk.

Leuheuk!

“En, hoe vond je het?” was het eerste dat mijn vriend vroeg toen ik van de baan afkwam. Ik wist even niet waar ik moest beginnen, want karten is dus ontzettend gaaf, zeker als je meer en meer durft en de kartbaan een beetje leert kennen. Tegelijkertijd kwam ik wat krakkemikkig uit mijn kart: mijn schouder was ondanks alles toch net iets te zwak en deed flink zeer. Mijn rug heeft de nodige klappen te verduren gehad met als souvenir wat blauwe plekken en een flink pijnlijke onderrug. Maar het was zó leuk, dat ik eigenlijk nog een keer wilde (maar dat vonden we niet verstandig).

Tijdens de race was ik in een soort trance, volledig opgaand in de baan en het rijden. Daarna kwam ik haast stuiterend uit de kart en in de auto realiseerde ik me pas dat ik helemaal was vergeten om foto’s voor deze blogpost te maken. Ik vond het karten zo leuk dat ik alleen maar daar mee bezig ben geweest.

Eerste

En weet je wat? Ondanks mijn slakkentempo in het begin en het later stilstaan door een medeslak, ben ik eerste geworden. Van de vrouwen. Dat is best iets om blij mee te zijn, net als het feit dat mijn snelste rondetijd 25 seconden sneller was dan die van mijn vrouwelijke tegenstander (je leest het goed, enkelvoud), en niet ver van de langzaamste man lag.

Eens een kartkoningin…

Vandaag bleek dus ook maar weer: eens een kartkoningin, altijd een kartkoningin. Tenminste, als ik de resultaten van de mannen even buiten beschouwing laat, want mijn vriend was zeker 23 seconden sneller dan ik en daarmee de snelste van onze heat. Om zo’n fijne middag goed af te sluiten hebben we traditioneel bij Hard Rock gegeten, waar we konden bijkomen onder het genot van een verfrissend drankje en een lekker diner. Wat een topdag.

7 reacties op “Kartkoningin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *