Het vervloekte verkeerslicht

Het vervloekte verkeerslicht

Tijdens rijles vond ik verkeerslichten fantastisch. Dan hoefde ik tenminste niet na te denken over wie voorrang had want zij deden dat al voor mij. Ik had niets liever dan dat ik voor een rood stoplicht kwam te staan; dat gaf me tenminste de kans om de situatie in te schatten zonder ondertussen nog een miljoen andere dingen te moeten doen. Zei ik al dat ik ze fantastisch vond, die verkeerslichten?

Daar kom ik dus mooi op terug. Afgelopen dinsdag moest ik naar Utrecht en ik wist dat ik sowieso gratis kon parkeren. Alleen al om die reden overwoog ik het openbaar vervoer niet eens. Op Google Maps zocht ik uit hoe ik erheen moest en omdat het praktisch naast de A2 lag én ik beter ben in rijden op borden dan met de TomTom, bedacht ik me dat ik het ding best thuis kon laten.

Waar is die Waterlinieweg nou?

Toen ik de A27 op moest draaien zag ik het al. File. Misschien had ik ook niet tijdens de spits moeten gaan. Mijn vriend en vader hadden me gezegd dat ik er dan bij Rijnsweerd af moest gaan. Maar waar in godsnaam was die Waterlinieweg waar zij het over hadden? Godzijdank had ik ondanks mijn voornemen tóch de TomTom op het raam geplakt en dacht hij met me mee. Ik werd Utrecht in gestuurd en kwam daar al snel voor het stoplicht te staan dat drie keer op groen ging voor ik er een keer door kon. Dat terwijl er maar een paar auto’s voor me stonden.

Verrekte verkeerslichten

Afijn, geen man overboord. Ik was namelijk wat eerder van huis gegaan en zou dus nog ruim op tijd komen volgens de TomTom. Bovendien was het lekker warm en stond de radio aan. Kortom, ik had niets te klagen. Maar die TomTom begon toch wel heel rare ideeën te krijgen. Voor ik het wist stond ik namelijk in een woonwijk en wilde de TomTom dat ik linksaf zou gaan slaan. Dat er paaltjes in de weg zaten had ‘ie waarschijnlijk over het hoofd gezien (geen zorgen, ik zag ze gelukkig wel). Voor ieder stoplicht moest ik stoppen en dat was vooral op wegen waar ik iets harder mocht heel frustrerend. Die maximaal toegestane snelheid haalde ik nooit meer, want tegen de tijd dat mijn teller dat aantikte, stond ik alweer stil voor zo’n verrekt verkeerslicht.

Verdwaalde TomTom

Rechtsaf moest ik van de TomTom. Het enige dat ik zag was een groot, modern gebouw, omringd door een verlaten terrein. Dit leek in de verste verte niet op een studentenhuis, dus ik reed door. Gelijk raakte de TomTom van slag en gaf het op terwijl ik weer op de snelweg terecht kwam. Er floepten wat woorden uit mijn mond en ik probeerde de navigatie op mijn iPhone te activeren – hands-free ook nog. Hij stuurde me van de snelweg af, aan de andere kant er weer op en ik kwam weer bij dat rare gebouw uit (je begrijpt hoe ik me toen gevoeld moet hebben).

Brombeer

Als een oude brombeer zat ik achter het stuur van mijn Fiatje te mopperen op het stoplicht voor mij. Ik moest linksaf om bij dat gebouw te komen. De meneer bij het stoplicht tegenover mij moest linksaf. In zijn voorruit zag ik het licht op groen springen en hij trok op om dus linksaf te slaan. Ik staarde naar mijn licht. Het licht staarde terug. De mensen naast mij kregen weer groen en iedereen sjeesde als een malle langs mij, terwijl ik al twee minuten stond te wachten (reken maar eens uit hoe veel uitstoot dat is).

Een vervloekt verkeerslicht

Ik begon uitdrogingsverschijnselen te krijgen. Mijn tong voelde aan als een rubberen lap en ik hallucineerde dat er aan de overkant een nieuwe BMW Z4 aankwam. Wát een prachtding is dat, zeg, in tegenstelling tot dit snertstoplicht dat inmiddels al een minuut of vier op rood stond. Toen de Z4 weer uit beeld was staarde ik nog intenser naar het stoplicht, de droge lap in mijn mond negerende. Het was helemaal uitgestorven op het kruispunt. Even dacht ik: “Zal ik?” maar gelijk werd die gedachte weggevaagd door het idee dat ik mogelijk een hoge boete zou krijgen. Voor dat geld vul ik liever mijn tank 4,5 keer en dus bleef ik braaf staan. En ineens zag ik het weer. Dit moest mijn geluksdag zijn, want er kwam een Z4 (ja, alweer!) aangereden, dit keer in de perfecte uitvoering: de juiste kleur blauw, de juiste velgen, een mooi stoffen dakje. Ik kon me inbeelden wat voor’n prachtigs zich onder de motorkap moest bevinden. Ik knipperde met mijn ogen: blijkbaar viel het best mee met die hallucinaties van mij en als ik het zo bekeek, was het helemaal niet zo’n straf om voor dat stoplicht te staan, zij het niet dat ik er inmiddels al zes minuten stond en het voor de tweede keer helemaal verlaten was. Wellicht had ik dus geen last van hallucinaties, maar zelfs mijn huid voelde droog en trekkerig aan en ik herinnerde me weer dat ik me op het randje van totale uitdroging begaf. Ik belde mijn vader terwijl mijn telefoon op de bijrijdersstoel lag en ik er vanaf mijn stoel in probeerde te gillen dat ik voor een verkeerslicht stond waar een vloek op moest rusten. Terwijl ik mijn frustraties uitte, gebeurde ineens het onmogelijke.

Het licht sprong op groen!

Oude omaatjes: Daar doe je het voor

Eigenlijk heb ik een soort haat-liefde relatie met stoplichten. Het is fijn dat ze duidelijkheid brengen en zeker als er een oud omaatje voorbij schuifelt, zie ik spontaan weer in waarom die lichten zo verdomd nuttig zijn. Maar toch: stilstaan sucks. Het is frustrerend dat je vaak genoeg stilstaat zonder ander verkeer om voor te stoppen en jij daar maar de lucht staat te vervuilen met je auto. Of dat je stilstaat voor een stoplicht waarvan je weet dat het maar kort groen is en je voorganger besluit dat juist dat stoplicht het juiste moment is om onder de stoel naar die weggerolde lipstick te zoeken. Gelukkig heb ik wèl een goede relatie met mijn claxon. In sommige landen hebben ze verkeerslichten vooral voor de sier (op Corfu, bijvoorbeeld). Doe mij dan toch maar de verkeerslichtfrustraties van hier.

3 reacties op “Het vervloekte verkeerslicht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *