De Fruitofiel en mandarijnen

Ik zit rustig in de trein en ineens ruik ik ze: mandarijnen. Dat is gelijk het moment waarop ik besef dat ik al ééuwen geen mandarijnen meer heb gegeten. Als ik tien minuten later in de supermarkt sta en langs een bak met netjes mandarijnen (één kilo per net) tegenkom, mik ik ze gelijk in mijn mandje, verlangend naar dat eerste, sappige, zoete partje en die verrukkelijke geur die aan je handen blijft hangen.

Toch liggen ze eerst een paar dagen in de fruitschaal. Als ik er dan eindelijk aan toe kom, loopt mijn dag compleet anders doordat iemand op mijn traject voor de trein is gesprongen. Dat was op dinsdag, toen Amersfoort sowieso al plat lag dankzij de sneeuw. Omdat ik het belangrijkste gesprek tijdens mijn studie heb, regel ik iets anders. Maar wat moet ik nu met die mandarijnen? Drie seconden voor ik de deur uit ga gris ik er drie mee. Na mijn treinavontuur van laatst kan ik maar beter een overlevingspakketje bij me hebben.

Lunchtijd – mandarijntijd

Eindelijk is daar het moment: tijd om mijn mandarijnen te eten! Ik kijk uit naar die heerlijk frisse smaak en de zoete geur die zo lang aan je handen blijft hangen. Heel wat anders dan de geur die je handen na het uien snijden cadeau krijgen. Maar nog voor mijn smaakpapillen geprikkeld worden door zo’n partje, weet ik weer waarom ik – ondanks hun heerlijkheid – zo weinig mandarijnen eet.

Schil

Het begint al met de schil. Soms heb je een mandarijn die heel soepel pelt, maar vaak is alleen al het vinden van een beginnetje een drama. Dan zit ik met mijn nagel lichtjes in de mandarijn te prikken en voor ik het weet ben ik haast blind door het sap dat er ineens uitspuit. Met hetzelfde zicht als Kapitein Haak (maar zonder ooglapje – ik houd mijn oog zelf wel dicht) peuter ik verder om die schil eraf te krijgen.

Als die er dan af is, denk je dat je ein-de-lijk kan genieten van zo’n verrukkelijke mandarijn. Nou, mooi niet, want dan heb je al die witte friebeltjes nog. En die krijg ik dus echt niet weg, waardoor mij niets anders rest dan ze eraf te plukken. En eraf te plukken. En ga zo maar door, want er zitten oneindig veel witte friebeltjes op.

Eetklaar

De mandarijn is nu echt eetklaar. Ik houd ieder partje kort tegen het licht zodat ik niet bijna een kies afbreek als er weer een pitje in blijkt te zitten. Na zo’n vijf partjes geloof ik het wel en verorber ik enthousiast mijn mandarijn, tot er een pijnlijk gevoel door mijn mond gaat omdat ik bijna mijn kies door zo’n pitje verbrijzeld heb. Pitjes elimineren als je ze vooraf al gespot hebt is ook weer een heel gedoe. Laat ik je de details besparen.

Maar als je dat allemaal overleefd hebt, dan krijg je er ook echt wat voor terug. Tenzij de mandarijn die je gekozen hebt zo’n zuurpruim blijkt te zijn. Niet voor niets wilden we met Sinterklaas dat zwarte Piet ons snoepgoed gaf in plaats van een mandarijn. Goed, ik beken dat daar misschien toch weer andere beweegredenen achter zaten…

Konden we ze maar in één keer opeten.

11 reacties op “De Fruitofiel en mandarijnen

  1. Haha, erg herkenbaar. De smaak is altijd afwachten (soms heb je zo’n uitgedroogd partje, bah!)en ik kan nooit helemaal ontspannen een mandarijn eten omdat ik toch rekening houd met zo’n vieze pit in mijn mond.

  2. Ik houd ook altijd de partjes voor het licht om te kijken of er een pit in zit, maar dat vindt iedereen raar 🙁 Overigens als ik het hele mandarijn-drama heb doorstaan en het ding blijkt niet te vreten te zijn, dan kan dat mijn hele dag verpesten.

    • Heel herkenbaar! Al die moeite en dan krijg je er niets voor terug :-/ Ik word ook altijd met een scheef hoofd aangekeken als ik mijn partjes weer in het licht houd maar liever dat dan het hatelijke gevoel alsof je kiezen verbrijzelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *