Niet met de fiets

Afgelopen dinsdag gingen mijn vriend en ik dus naar de bios. Lopend. Je weet wel, met mijn haren wapperend in de wind. Afijn, we liepen dus en kwamen aan bij het cafeetje waar we eerst nog wat zouden gaan drinken. Vriendin Lia stond al te wachten. “Zijn jullie niet met de fiets?”

Hoe het begon

Nederlanders hè, die fietsen dus altijd en overal. Maar deze Nederlandse niet. Dit is een diepgeworteld iets trouwens, want het begon al met mijn driewieler. Volgens mij ouders zette ik mijn voeten liever op de stang (of in de lucht, zo bleek uit de foto’s) zodat zij me voort konden duwen. Dat moesten ze ook lang blijven doen toen ik zonder zijwieltjes leerde fietsen, want dat kon ik pas toen ik vijf was, terwijl ik al op echte skeelers los kon skeeleren toen ik drie was. Ik bedoel maar.

Een goed idee

Nou goed, na vijftien jaar zijn die zijwieltjes het probleem niet meer en stap ik heus wel regelmatig op de fiets. Wat zeg ik? Afgelopen zomer bedacht ik zelfs een paar keer (ja, meervoud!) dat het wel een goed idee was om met dat hete weer te gaan fietsen in plaats van me in ons huis – waar het ’s ochtends al boven de 25 graden was – in het zweet te werken met mijn Nike+ Training Club-workout. Je hoort het goed: deze niet-graag-fietsende Nederlander stapte vrijwillig op de fiets. Naar Leusden, omdat ik – naast het pad om de Stadsring en die naar het station – geen ander fietspad in Amersfoort wist. Die vijf kilometer zou ik wel even doen.

Lekker naar Leusden fietsen

Dus ik deed dat, haren net zo wapperend in de wind als bij die wandeling afgelopen dinsdag. Dat was dus al probleem één: de wind. Want je bent dan zo lekker heengefietst en in Leusden aangekomen, maar dan moet je nog terug (weer vijf kilometer natuurlijk). Altijd met tegenwind – zul je net zien – terwijl het zweet al op je rug staat en die wapperende haren niet meer lekker wapperen, maar op je hoofd geplakt zitten. Want dat is dus ook zoiets: je kunt nooit fris en fruitig aankomen als je hebt gefietst. Happend naar adem, hijgend als een paard en dan heb ik het nog niet eens over dat zweten gehad. Nou, dan heb ik zo’n “lekker” ritje Leusden wel weer gezien.

Als je niet zelf fietst

Dinsdag had ik niet eens zelf hoeven fietsen als we de fiets hadden gepakt. Ik had dan de luxe gehad om achterop te mogen springen zitten (geen commentaar…). Maar dat is ook weer een verhaal apart. Dan zit ik op dat bagagerek te stuiteren (ook als er heel rustig gefietst wordt) en moet mijn vriend zich een ongeluk trappen. Komt hij bezweet aan en ik met zere billen.

De Nederlanders en de Duitse

Zo kwam het dus dat we, zoals altijd eigenlijk, met de benenwagen gingen. Onbezweet en niet happend naar lucht kwamen we aan. “Zijn jullie niet met de fiets?” vroeg Lia een beetje verrast, terwijl ze naast haar tweewieler stond. Als je je nu afvraagt wat daar zo gek aan is, dan is het wel dat wij, Nederlanders die zo van fietsen zouden houden, daar lopend waren gekomen terwijl Lia, die uit Duitsland komt, daar met haar fiets was. Want ik beken: ik ben Nederlands en ik houd dus niet van de fiets (maar ik lustte de eerste zestien jaar van mijn leven ook geen kaas dus hoe Nederlands ben ik eigenlijk?).

5 reacties op “Niet met de fiets

  1. Hahaha, zo heeft ieder zijn ding. Ik zou willen dat ik een goede fiets had waar ik wat verder mee kon fietsen. Als ik met mijn huidige fiets langer dan een uur ga fietsen kan ik zeker een hele middag niet zitten. Rot zadel, dat ding is kei en keihard!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *