Met pech langs de snelweg

Met pech langs de snelweg

“Ik kan uw partnerpas nu gelijk wel even voor u overzetten, mevrouw,” zei de wegenwachtmevrouw aan de telefoon. Eh ja, hartstikke leuk en aardig, maar ik stond op dat moment met pech langs de snelweg. Om half drie ’s nachts. Met mijn nieuwe auto. Ik wilde dus eigenlijk alleen maar weten hoelang het nog duurde voor de wegenwacht er zou zijn.

Het is een typisch vrijdag-de-13e-verhaal, behalve dat het vrijdag de 11e was (maart). In alle eerlijkheid had ik wel verwacht dat ik vroeg of laat met de auto zou stranden, maar dan met mijn 22-jarige Cinquecento.

Tijd voor afscheid

Die trilde en rammelde al een tijdje onheilspellend (ik maakte me pas zorgen als ‘ie dat niet deed) en de onderkant had in de loop der jaren een solide laag roest opgebouwd waar iets aan gedaan moest worden. Ik had dus zo mijn redenen om niet gek op te kijken van eventuele pech langs de weg. Toen ik bij SVH ging werken en plots heel wat kilometers zou gaan maken, had ik des te meer reden om met pijn in mijn hart en tranen in mijn ogen (ook gewoon midden op straat, lekker gênant) afscheid te nemen van mijn geliefde Cinq.

De Cinq vlak voor het afscheid

Laatste keer op de foto met de Cinq

Dat dit afscheid eraan zat te komen, wist ik vorig jaar al. Maar toen ik besloot dat het nu echt tijd was, toen ik proefritten in potentiële opvolgers ging maken, toen ik een tweede keer ging kijken bij de opvolger en toen ik besefte waar ik de Cinq achter zou laten, toen was dat wel even moeilijk. Wat zeg ik? Tranen met tuiten, want dit was mijn eerste autootje, het autootje waarin ik zoveel avonturen had beleefd en bovenal het autootje dat ik van mijn vriend had gekregen. Juist hij vond dat het tijd was voor een ‘volwassener’ auto. En laten we heel eerlijk zijn: toen ik op maandag de 7e na lang zoeken in mijn nieuwe auto – een Lancia Ypsilon uit 2004 – stapte om ‘m mee naar huis te nemen, was ik dolgelukkig, zelfs al bleef de Cinq achter.

Blauwe beauty

Babyblauw van buiten, alcantara heaven van binnen (donkerblauw), solide motor eronder. En dan wat erin zit: airbags, airco, stuurbekrachtiging, radio/cd-speler, elektrische ramen en spiegels, centrale deurvergrendeling, een toerenteller, een boordcomputer en zelfs cruise control en city parking. Perfect. Maar het allerbelangrijkste: hij loopt als een zonnetje, is lekker vlot en superstil (en niet te vergeten, héél erg mooi). Deze auto is alles dat ik zocht en meer. Deze auto is nu mijn auto.

pechlangsdesnelweg-004

Voor het eerst thuis in mijn nieuwe auto

Cosmetisch heeft ‘ie wat kleine verbeterpuntjes, maar die kunnen allemaal gefixt worden. Motorisch is ‘ie helemaal in orde. Dat bevestigde onze monteur na de grote beurt op die bewuste vrijdag de 11e (vijf dagen na aankoop) ook nog. Een goede koop, zei hij. Daar zou ik heel wat jaren plezier van hebben. Ik kon mijn geluk niet op, zeker omdat veel mensen wat huiverden toen ze hoorden dat ik een Lancia Ypsilon wilde. “Een Italiaan? Weet je dat zeker?” Maar ik had mijn onderzoek gedaan en over deze tweede generatie Ypsilons hoefde ik me geen zorgen te maken.

Code oranje

Dat deed ik dan ook niet toen we na de grote beurt naar Friesland reden. Maar eenmaal onderweg stotterde de Ypsilon af en toe. Dat was vast mijn gebrekkige schakelen omdat ik moest wennen. Alleen… op de snelweg deed ‘ie het nog steeds. Plots ging ook nog het motorlampje oranje branden. En weer uit. En weer aan. Ondertussen dacht ik alleen maar: “Oh help help help, wat heb ik gedaan, wat heb ik gedaan?!”

Op de terugweg hoopte ik dat het probleem voorbij zou zijn, maar het was alleen maar erger. We stopten bij een benzinestation, maar konden niets vinden. Voorzichtig reden we weer door, om niet verder te komen dan het volgende station en toch maar de wegenwacht te bellen. Om half drie ’s nachts op een niet-verlichte snelweg. Dan wil ik niet mijn partnerpas omzetten. Dan wil ik gewoon weten wanneer de wegenwacht komt en wat er in hemelsnaam aan de hand is.

Een avontuur

Een klein uurtje later waren ze er. “Deze generatie Ypsilons zien we niet vaak,” merkte de wegenwacht gelijk op. Een goed teken, maar voorlopig stond ik daar wel midden in de nacht langs de snelweg met mijn Italiaanse Ypsilon de stigma’s van al die mensen te bevestigen. Angstvallig wachtte ik op de diagnose. Toen kwam het: “Het is de bobine.” Lees: er was een klein stekkertje losgeschoten door een afgebroken omhulsel. Iets heel, heel onbenulligs. Het had die gloednieuwe auto die net uit de fabriek gerold komt ook kunnen gebeuren.

Met een nieuwe bobine konden we verder naar huis en inmiddels zijn we vandaag drie weken en ruim 2.000 kilometer verder zonder op- of aanmerkingen. Behalve dan hoe fantastisch, hoe comfortabel, hoe leuk en hoe luxe ‘ie is. Trots dat ik ben! En: een nieuwe auto, nieuwe avonturen. Dat blijkt maar weer!

Blij ei!

2 reacties op “Met pech langs de snelweg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *