Gehecht aan een stukje blik

Ik rijd op de snelweg. We kletsen met z’n allen. Of nouja, zij kletsen, terwijl ik nauwlettend alles in de gaten houd. Ondanks dat komt het als een klap aan wanneer ik zie dat mijn temperatuurmeter in het rood staat. Niet tegen het rood aan, maar echt in het rood. En waarmee je ook in het rood staat–of dat nu bij de bank is of een metertje in de auto–je weet gelijk dat het foute boel is. En behoorlijk ook.

Het zweet breekt ons uit

Het zweet breekt me uit. Bij de rest ook, want ik heb de verwarming op volle porrie gezet. Alles om de motor af te laten koelen en mijn auto te redden. Ondertussen kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan, want geheel als een verrassing komt dit misschien niet. Mijn auto vertoonde al eerder symptomen. Zo had hij die dag totaal geen trekkracht, iets dat ik ontdekte toen ik een keer superbesluitvaardig was en ‘m er wel even voor kon gooien, zoals zo veel mensen dat met gemak doen. Maar mijn trekkracht viel volledig weg waardoor ik amper vooruitkwam en dat is wel het laatste waar je op zit te wachten als de auto waar je voor wilt niet braaf 80 rijdt, zoals je had verwacht, maar toch zeker wel 100. Dan schrik je wel even.

Eerder

Laatst schrok ik ook al. Ik was onderweg naar een verjaardag in Kanaleneiland. Ik was er al eerder geweest en ik wist vanaf de snelweg precies hoe ik daar moest komen, want het lag praktisch naast de snelweg. Fijn, want ik vind Kanaleneiland een ramp met zes miljoen superrotondes en meer van die ellende. Dat is precies de hel waarin ik terecht kom als ik vergeet dat ik door moet rijden naar de A12 en dus te vroeg de afslag naar Kanaleneiland pak. Om het plaatje compleet te maken ligt alles ook nog eens open en sta ik dat laatste stuk meer stil dan dat ik rijd. Dat is wanneer ik het voor het eerst zie: de temperatuurmeter staat tegen het rood aan. Binnen no time loop ik ook rood aan, van de spanning (want ik kan door de wegwerkzaamheden mijn auto niet aan de kant zetten) en door de verwarming en oh my god gaan mijn Cinq en ik dit wel overleven? Als ik hem na de verjaardag weer start (wat niet zonder horten en stoten gaat), klinkt de motor ineens sloom. Of lijkt dat maar zo?

Sensor

De dag erna testen mijn vriend en ik het. Als we rijden is er niets aan de hand–dan is mijn auto gewoon een happy camper, maar zodra je ‘m stilzet, gaat het hard. We komen tot de conclusie dat de fan wel aanslaat, maar in plaats van braaf af te koelen tot het veilig is, gaat ‘ie bijna direct weer uit. Een nieuwe sensor zal de oplossing zijn.

Goed fout

Alleen kom ik er niet aan toe om een afspraak te maken en als ik dat wel doe, heeft mijn monteur een heel volle agenda. Maar ach, met rijwind gaat alles goed, toch? Tot afgelopen zondag. Als ik ‘m start merk ik het al. Mijn motor draait een beetje raar, onregelmatig, sloom. Ligt dat nu aan mij of…? Toch ga ik rijden (want mijn vriend had het vast wel opgemerkt als het echt zo was) en het is een verschrikkelijke rit. Terwijl ik mezelf af zit te kraken (niet hardop want ik wil niet dat mijn passagiers zich onveilig voelen) realiseer ik me pas als ik die 80 kilometer-weg opdraai dat het misschien niet aan mij ligt. En als de angst me echt overneemt als we op de terugweg op de snelweg rijden–500 meter voor afslag Leusden–weet ik heel zeker dat ik het probleem niet was.

Foutere boel dan foute boel

Een open motorkap trekt aandacht. Al snel krijg ik een behulpzame hand toegestoken als ik op de parkeerplaats in Leusden stilsta, maar het is pas als mijn vriend erbij komt kijken dat blijkt dat het echt goed mis is. Dit is niet een onschuldige sensor. Nee, zie ik die witte smurrie op de dop van de olietank? Dat is foutere boel dan foute boel: een kapotte koppakking. Dat is misschien het einde van mijn autootje.

Toen ik ‘m kreeg: blij met mijn blauwe blikje

Huilen

Ik sta bijna te huilen. Mijn autootje, waarvan ik hoopte dat ik er tien jaar mee kon rijden, zou misschien na een jaar en een maand de geest geven. De reparatie zou net zo veel worden als de auto ooit waard was, en met zo’n oudje (19 jaar) is het dat eigenlijk niet meer waard, zeker niet als je bedenkt dat de vorige eigenaar dit probleem ook al heeft laten fiksen, en dat koppakkingen voor Cinquecento’s aan de lopende band worden verkocht. Maar ja, dit is wel mijn eerste auto. Dit is wel het mooiste verjaardagscadeau (of cadeau überhaupt) ooit. Waarmee ik op een circuit reed, waarmee ik in de sneeuw in een driftdame veranderde, waarmee ik me als een vis in het water voelde (letterlijk) en waarmee ik naar The Rolling Stones in Londen rolde.

Emotioneel gehecht aan een stukje blik

En dan kom je voor zo’n onmogelijk dilemma te staan. Rationeel gezien is het maar een stukje blik, te vervangen met een nieuw stukje blik, want eigenlijk is ‘ie het geld niet meer waard. Maar ik ben emotioneel gehecht aan een stukje blik. Mijn blauwe stukje blik en zijn gepruttel. Duim voor me dat we ‘m zelf kunnen reanimeren. Eh, repareren.

9 reacties op “Gehecht aan een stukje blik

  1. I hear you. Hoewel ik in die tijd nog geen rijbewijs had, hebben wij ook een lekke koppakking gehad. En geen afscheid willen nemen van de gele auto natuurlijk…. toen je verhaal begon, wist ik al meteen wat het was zonder door te rijden. Ik hoop voor je dat het goedkomt!

  2. hoi,

    Via het zoeken naar info over Cinquecento, kwam ik per toeval op je blogpagina terecht. Heb vervolgens het hele avontuur gelezen.

    Goed dat het allemaal weer gerepareerd is. Ikzelf ben een Cinq liefhebber en zou het jammer vinden wanneer zon mooi karretje in de blikpers zou gaan.

    Mischien een goede tip voor jou? Kijk eens op het forum van de Cinquecento club. Veel leden en kunnen altijd een handje bijspringen waar nodig. De kosten zijn daardoor ook veel lager (liefhebbers en hobby )

    http://www.centoclub.nl/forum

    Ik wens je in ieder geval veel plezier nog met het karretje! Mooie kleur die niet veel voorkomt!

    Groeten,
    Martijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *