De tragiek van tompoezen eten

Soms kun je zo verlangen naar een lekker gebakje. Een tompoes ziet er dan best smakelijk uit, zeker als je vijf stuks voor €1,- bij de supermarkt kunt scoren (en daarmee tegelijkertijd de extreme couponer in jezelf ook nog eens blij maakt). Zijn glanzende, roze bovenkant met die romige puddingvulling en luchtige bodem: dat gaat er dan wel in. Tenminste…

Als we ze dan toch hebben…

Nu ben ik zelf sowieso niet zo’n supermarktgebak-mens (geef mij maar zelfgemaakte cheesecake), maar als we ze dan toch in huis hebben, wil ik er best eentje meehappen. Zeker die ene keer per jaar dat dat gebeurt. Afijn, dan staat er dus zo’n roze rakker voor mijn neus en krijg ik een vorkje aangeboden. Omdat ik het liefst een echte dame ben en sowieso stiekem niet van vieze handen houd, pak ik dankbaar dat vorkje aan. Stank voor dank, zullen we maar zeggen.

Met een vorkje

Eigenlijk moet ik dankbaar zijn voor dat vorkje. Dat weet ik best. Zodra ik het ding namelijk op de bovenkant van de tompoes zet, merk ik gelijk dat dit op een ongekend drama gaat uitlopen als ik doorzet. En dus besluit ik dat niet te doen, jammer genoeg dankzij eerdere ervaringen waarbij de tompoes inderdaad in stukken was, maar niet zoals ik dat bedoeld had.

Zonder vorkje

Dan heb ik altijd mijn handen nog. Ik, het meisje dat kippenpoten met een vork eet. Het meisje dat, net zoals de rest van de wereld, iedere keer weer denkt dat het dit keer echt wel lukt om alle drie de lagen tegelijk te eten. Dat kunnen ze bij Masterchef Australia immers ook. Maar goed, ik lijk in niets op Matt Preston, George en Gary en dat blijkt des te meer als mijn tompoespoging aanbreekt.

Misschien ook maar zonder handen?

Het begint al als ik ‘m in mijn mond stop. Of eigenlijk prop, want dat enorme blok past er amper in. Dan probeer ik zo voorzichtig mogelijk om er een stukje af te bijten. Dat is wanneer alles onoverkomelijk misgaat. De pudding (waar ik het eigenlijk allemaal voor doe) spuit eruit, over mij heen (daar gaat dat net-gewassen bloesje) en natuurlijk vliegt er ook nog een flinke klodder op de grond. Great. Tot overmaat van ramp breekt het ding overmidden, valt er een stuk af en is dat stuk natuurlijk met de plakkerige, roze kant naast de klodder op mijn bloesje belandt.

Tragisch uiteengespat

Daar zit ik dan, met m’n tompoes, zonder tongstrelend tafereel. Het verlangen is uiteengespat (over mij) en ik neem me maar weer voor dat ik de volgende keer braaf het dakje eraf zal halen en de onderkant met pudding – het lekkerste – voor het laatst bewaar. Dan weet ik in ieder geval zeker dat er ook nog iets in mijn mond terechtkomt in plaats van alles op de grond.

5 reacties op “De tragiek van tompoezen eten

  1. Hahaha, zo herkenbaar. De meesten eten hem trouwens door eerst het topje er af te halen en dan langzaam hapjes van te eten – met inderdaad flink geknoei. Maar blijkbaar kan je hem ook eerst leegschapen met een vork en dan beide kanten met de hand verder eten of helemaal in stukjes prikken, maar volgens mij hou je dan geen tompouce meer over.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *