Bijzonder beroep: Interview met een piloot

Bijzondere beroepen: Interview met een piloot

Voor de meeste jongens is het een kinderdroom: piloot worden. Zo ook voor Frederick. Maar hij wist het echt zeker en vliegt inmiddels de wereld rond met een Boeing 777. Zijn kinderdroom werd werkelijkheid.

De 29-jarige Frederick heeft al 5.100 uur vlucht erop zitten. Momenteel werkt hij bij zijn tweede werkgever, een luchtvaartmaatschappij in het Midden-Oosten. Hoewel hij vliegt met een Boeing 777, zijn acrobatische toestellen favoriet. “Deze hebben één of twee zitplaatsen en stellen je in staat om bijvoorbeeld loopings of rolls uit te voeren, wat zorgt voor een hoog fun-gehalte,” legt hij uit.

Een droom die werkelijkheid wordt

Als kleine jongen van zo’n vier á vijf jaar hield hij er al niet over op: vliegen. Zijn ouders dachten dat het er wel uit zou groeien, maar niets was minder waar. Frederick koos een wiskundige richting op de middelbare school en toen hij bijna achttien was, kon hij eindelijk de eerste stappen zetten voor waarmaken van zijn droom. Deze volharding gaf zijn ouders de motivatie om zijn opleiding te sponsoren, want in de meeste landen is het een privé studie.

Hoe word je piloot?

Het avontuur om als leerling piloot aan de slag te kunnen begint met toelatingssexamens, waarna je zowel theorie als praktijk krijgt. Na het slagen voor de vele examens krijg je een brevet als Commercieel Piloot (CPL). Hiermee kun je dan gaan solliciteren bij één of meerdere maatschappijen.

Frederick vertelt: “Al deze maatschappijen voorzien dan weer vele ingangsexamens (theoretisch, Human Resource & simulator). Indien je hiervoor slaagt, kan je bij hen aan de slag. Dit houdt meestal in dat je een typerating moet beginnen. Dit is een brevet dat je moet behalen om met een specifiek toestel te mogen vliegen, bijvoorbeeld typerating voor Boeing 737, 767 of 777. Ieder vliegtuig is anders, net als de procedures, zowel in normale omstandigheden als in noodsituaties. Dit duurt meestal zo’n twee maanden en houdt zowel theorie als praktijk in de simulator in.”

“Daarna mag je op de lijn vliegen met instructors. Na een aantal bijkomende examens word je Junior First Officer, en na 1500 uren vlucht kun je een examen aangaan om een Airline Transport Pilot Licence te halen, dat je nodig hebt om aanspraak te kunnen maken op een positie als Commander/Captain.” De opleiding duurt in totaal zo’n drie jaar.

De eerste keer

Van de allereerste keer vliegen herinnert Frederick zich niets meer; hij was slechts twee of drie jaar oud. “Maar wat ik me wel herinner, is dat ik het als kind heerlijk vond als we in turbulentie terechtkwamen en je merkte dat het toestel daar helemaal geen last van had, maar rustig doorvloog naar een (meestal leuke vakantie-) bestemming. Ik was dus vanaf kleins af aan geïnteresseerd in die ‘grote vogels.’”

Tijdens zijn eerste vlucht in Amerika (Scottsdale, Arizona) kon Frederick eindelijk zien waarvoor hij zo hard had gezwoegd. “Die eerste vlucht was super. Het was wel moeilijk om er volledig van te genieten, want met de uitgebreide voorbereidingen en de opdrachten die je moet uitvoeren tijdens die eerste vlucht, ben je nogal gefocust op het correct uitvoeren van al die procedures. Je werkt naar je eerste solo vlucht toe, na dagen Touch and Go’s te doen. Dit houdt in dat je verschillende keren na elkaar opstijgt, een rondje rond het vliegveld doet en landt, ongeveer een tiental keer. Die eerste vlucht is het moment, de unieke ervaring waar je echt al zo lang op wacht. Niemand die je helpt, nu is het echt aan jou om zelf te vliegen. Dit was voor mij de leukste vlucht; dan voel je je vrij.”

Een dag in het leven van een piloot

Frederick moet altijd vroeg opstaan of juist heel laat nog gaan werken. “We worden twee uur en vijftien minuten voor het vertrekuur van de vlucht door onze chauffeur opgehaald en naar het hoofdgebouw gebracht. Eens daar moeten we door de immigratie, wat uit twee delen bestaat: eerst moeten we door een dubbele deur waar we moeten badgen. Vervolgens worden we ingetekend via een computer met onze badge. Zo wordt de aanwezigheid gecheckt en kan de computer onze luggage tag afdrukken, waarna onze bagage op de band kan.”

Ook als piloot moet je gewoon door de röntgenscanner en zul je van top tot teen gecontroleerd worden, net als de passagiers. Eens voorbij de controles gaan ze naar Dispatch, waar ze hun documenten ophalen. Frederick legt precies uit waar deze uit bestaan:

  • Vluchtplan: Hierop staan details zoals de vluchttijd, de route die we gaan volgen, de wind op verschillende vlieghoogtes, de hoogtes die we gaan vliegen, het gewicht van het toestel, de voorziene brandstof, onze alternates (indien we niet kunnen landen op onze bestemming hebben we een paar backups).
  • Notams: Hierin staan alle details over veranderingen, wat wel en niet werkt op de vliegvelden van onze routes, details over de Airways langs onze vluchtroutes, details van operationele veranderingen op onze bestemming en de alternates. We krijgen gedetailleerde weersvoorspellingen op verschillende hoogten en tijden. Bij vluchten van bijvoorbeeld zeventien uur moet je natuurlijk een beetje in de toekomst kijken en heb je niets aan het huidige weer op de bestemming.
  • GenDec: Dit is de generale declaratie van wie aan boord zit als crew (stewards en piloten), met alle namen en hun posities (Captain, First Officer, Purser, Senior Flight Steward(ess) of woon Steward(ess).
  • Specials: Indien die er zijn.”

“Beide piloten nemen de tijd om deze samen door te lopen. Daarna gaan we een andere ruimte in waar ook de stewardessen en stewards zijn. Zij hebben net hun briefing doorlopen waar ze van de purser, hun overste, een aantal vragen krijgen over veiligheidsmaatregelen die ze moeten treffen indien iets voorvalt. Ze moeten deze vragen correct beantwoorden, want het is tegelijkertijd een check of hun kennis nog up-to-date is. Zo’n vraag kan over vanalles gaan: van ‘hoe stop je een bloedneus?’ tot ‘waar bevinden zich de brandblussers aan boord?’ of ‘wat is je eerste actie bij een evacuatie op het water of de grond?’”

Bij één (of meerdere) fout(e) antwoord(en) wordt er iemand uit de reserve opgeroepen om hun werk over te nemen. Er wordt nooit gelachen met veiligheid, want dat is hun voornaamste taak. Daarna komt service pas.

“Vervolgens geven wij hen de details over het weer, de route die we gaan volgen en hoe lang we erover gaan doen. Bovendien herinneren we ze er nogmaals aan dat zij onze ogen achter in het vliegtuig zijn en dat ze ons alles moeten melden als ze iets vreemds zien of horen.”

Uiteindelijk is het tijd voor het echte vliegen. In de cockpit zit een Kapitein en een First Officer, soms zelfs een Second Officer. De taken zijn ongeveer hetzelfde, maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij de Kapitein, die de hoogste graad aan boord heeft.

Veiligheid van A naar B

Ieder halfjaar moet Frederick een test doen in de simulator, zowel theoretisch als praktisch. “We worden dan in situaties geplaatst waar heel veel misloopt, zoals een motor die in brand vliegt of een noodlanding in een bergdal. We moeten daar gepast en met de nodige correct uitgevoerde procedures op reageren, als een team. Als dit lukt, mogen we weer zes maanden aan het werk. Zo niet, dan krijg je één herkansing. Lukt het dan nog niet… dan loopt het niet zo goed af. Maar aangezien we verantwoordelijk zijn voor een heel aantal levens, snap ik dit goed. Iedereen wil veilig van A naar B reizen.” Daarnaast zijn er nog jaarlijkse en tweejaarlijkse cursussen brandveiligheid, Crew Resource Management, theorie en meer, allemaal verplicht.

Leuk en minder leuk

Eén van de leuke kanten is natuurlijk dat hij veel landen kan bezoeken. Daar voegt hij aan toe: “En het plezier om zo’n groot toestel aan de grond te zetten blijft leuk, ook al heb ik dit al honderden keren gedaan.” Maar er zijn ook minder leuke kanten. Zo kent hij geen normale werkweek. “Soms gaan we een werkdag van vijftien uur tegemoet, bijvoorbeeld met een Amerika-vlucht. Dit valt niet altijd makkelijk te combineren met andere mensen en vaak moeten we sociale aangelegenheden overslaan omdat we moeten rusten voor onze volgende vlucht. Onlangs had ik een Amerika-vlucht met pick-up om middernacht. Niet eenvoudig om dan in de namiddag te gaan slapen.”

Grote glimlach

Met een grote glimlach denkt Frederick terug aan zijn eerste trans-Atlantische vlucht. “We mochten drie dagen in een All-Inclusive hotel verblijven in Punta-Cana, Dominicaanse Republiek. Dit was een hele afwisseling met de turn-around vluchten die ik voorheen deed. Een turn-around vlucht is opstijgen op vliegveld A, doorvliegen naar vliegveld B en dan onmiddelijk terugkeren naar vliegveld A, wat ik voor mijn vorige werkgever deed.”

Als hij niet aan het werk is, relaxt hij met vrienden zijn vrouw. “Ik houd ook van sporten, van fitness tot skydiven. Ook trekken we vaak de woestijn in voor een barbecue en hou ik me graag bezig met fotografie.”

3 reacties op “Bijzonder beroep: Interview met een piloot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *