Als de Fiat van huis is…

Dan heb ik normaal gesproken een lege parkeerplaats. De Fiat was de afgelopen vier maanden van huis, maar mijn parkeerplaats was niet leeg. In plaats daarvan was het tijdelijk het thuis van een auto die aan al mijn wensen voldeed.

Als tiener gaf ik niet bar veel om auto’s, maar ik wist wel precies waar ik later in wilde rijden: een Mini. Als ik bij mijn ouders in de auto zat, was ik altijd Mini’s aan het spotten. Die tienerautodroom kwam eind december een beetje uit toen er een Mini op mijn parkeerplaats kwam logeren – familie wilde het beestje verkopen en daar zou mijn vriend bij helpen. Het betrof niet zomaar een Mini: dit was een Cooper S cabrio uit 2009. Waar “Cooper S” het tienermeisje niets gezegd of gedeerd zou hebben, kon ik als autoliefhebber mijn geluk niet op.

minicooperscabrio-004

Op mijn plek

Terugdenkend aan de kuikentjesgele Cooper voel ik vooral genegenheid. Dit model Mini had, schattig als ‘ie eruit zag en klein als ‘ie was, namelijk nog dat enorme knuffelgehalte, in tegenstelling tot de nieuwste (veel grotere) generatie Mini’s. Binnen in de Mini zat ik heerlijk op mijn gemak en had ik een huiskamergevoel – ik kon uren “gezellig” in deze auto vertoeven, want ik voelde me gelijk thuis.

Die uren heb ik er dan ook met heel veel plezier doorgebracht en dan vooral vanwege het vlotte optrekken, het pittige, korte pookje, het levendige sturen, het geluid uit de dubbele uitlaatjes (kenmerkend voor de S) en het verrassende “knallen” als je gas losliet. De Cooper S had 175 pk en ging van 0 tot 100 in slechts 7,5 seconden (ter vergelijking: in mijn Cinq duurt dat 18 seconden). Daarmee voelde ik me een ware Stig, want als ik het gas lekker intrapte, werd ik een klein beetje in mijn stoel gedrukt terwijl het motortje vrolijk brulde. De Cooper S kwam sneller van zijn plek dan de meeste andere auto’s bij stoplichten (bij de Cinq kan ik nog zo hard het gas intrappen, maar dat blijft een schildpad – de Cooper was als een konijntje), het duurde geen uren voor ik eindelijk een fatsoenlijke snelheid had voordat ik op de snelweg kon invoegen (en ik hoefde het gaspedaal ook niet volledig in te trappen zoals bij de Cinq) en als ik toevallig achter een vrachtwagen kwam te zitten terwijl de rest met 120 voorbij blies, dan kon ik binnen no time met de stroom mee zonder de boel op te houden. Het sportieve pookje maakte het Stig-gevoel helemaal af en het rijden nóg een tandje leuker.

Bovendien stuurde de Cooper S heel direct en kon ik dankzij het strakke onderstel rap de bochten door. De Cooper S was hierdoor erg stabiel, wat niet alleen in de bochten erg fijn was, maar ook op de snelweg: zo voelde een flinke windstoot niet alsof ik ieder moment weggeblazen kon worden, maar voelde ik überhaupt nauwelijks iets en dat was heerlijk ontspannen rijden.

Alles erop en eraan (+ meer)

Daar kwam ook nog eens bij dat deze Cooper S bijzonder goed uitgerust was. Nu zijn dingen als airco, stuurbekrachtiging (halleluja!) en airbags sowieso al een luxe als je een Cinquecento gewend bent, maar climate control, een ingebouwd mediasysteem (inclusief navigatie en bluetooth, dus hands-free bellen), automatische ruitenwissers en stoelverwarming waren toch wel oneindig. Verder was alles elektrisch in deze auto: de spiegels, de ramen en zelfs een fysieke sleutel had je nauwelijks nodig. Het enige dat je hoefde te doen, was zorgen dat je ‘m in je zak of tas had zitten. Je maakte de auto vervolgens open met een knopje op het handvat en ook starten ging met een startknop. Makkelijker kan het niet.

Alsof ik nog niet genoeg verwend was met zo veel pit, plezier, comfort en extra’s, reed ik ook nog eens de cabrioversie. Ook daar was een knopje voor waarmee de kap zo in de achterbak verdween en ik kon genieten van zon, wind en wapperende haren. Koud had ik het niet (want climate control en stoelverwarming), maar een brede glimlach op mijn gezicht zeker wél.

Als ik dan iets moet noemen dat niet mijn wensen overtroffen heeft, dan is het hoe onoverzichtelijk het was als je achteruit moest kijken in de Mini. Het raampje in de kap was ontzettend klein en met de kap naar beneden, keek je tegen de kap aan. Maar zoals je mag verwachten van zo’n uitgebreide versie, had de Mini parkeersensoren die je hier een handje bij hielpen, dus dat “probleem” was opgelost.

minicooperscabrio-003

Wordt vervolgd?

Hoewel ik als autoliefhebber mijn tienerdroom had afgedaan onder het mom van, “je ziet ze al zo veel,” heeft deze Mini mij ondertussen helemaal ingepalmd en het afscheid toen hij afgelopen vrijdag verkocht werd, viel zwaar. Het was zo leuk, gezellig en vooral een genot waar ik met diezelfde cabrio-glimlach en die genegenheid aan terug zal denken (en misschien heb ik stiekem al op Marktplaats zitten kijken naar een opvolger van de Cinquecento…).

7 reacties op “Als de Fiat van huis is…

  1. Wat een genegenheid, en dat voor een auto.
    Fijn dat je er zoveel plezier aan beleeft hebt,en nu maar sparen!
    Trouwens je schrijft er over alsof je een redacteur van auto bladen bent.
    Tof gedaan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *